1. Betrekt studenten in het samenstellen van onderwijs (geeft studenten keus en een stem)
  2. Geeft handelingsperspectief aan studenten: weet naast het inhoudelijk onderwijzen over duurzaamheid ook studenten mogelijkheden te geven bij te dragen aan authentieke oplossingen. 
  3. Krijgt een groot deel van de school mee in duurzame ontwikkeling
    Dit kan duurzaam gedrag zijn, maar mag ook zijn dat veel mensen op school de door de docent aangedragen initiatieven worden gesteund en dat mensen daar trots op zijn
  4. Vervult inspiratierol. Is het meest inspirerend omtrent duurzaamheid, voor (beginnend) docenten, leerlingen, collega’s en buiten de school
  5. Is een vernieuwer in denken en doen. Brengt nog niet eerder uitgevoerde ideeën naar voren, zorgt voor vernieuwing van denkpatronen over afval, voeding, schoolgebouw, lesprogramma enz.
  6. Heeft een brede/integrale opvatting van duurzaamheid. Zorgt ervoor dat de 17 SDG’s op school worden uitgevoerd (van gendergelijkheid, tot biodiversiteit) en zorgt voor vakoverstijgende projecten en educatie is waarin meerdere facetten van duurzaamheid en een duurzame samenleving samenkomen
  7. Werkt structureel en succesvol samen met externe partijen. Denk aan gemeenten, Natuur en Milieu Educatiecentra, waterschappen, lokale bedrijven, NGO’s en buurtbewoners