1. Hoe maakt de docent het onderwijs en daarmee de wereld duurzamer?
- PROFESSIONELE ONTWIKKELING – Docent ontwikkelt representatief en inclusief lesmateriaal of helpt leerlingen met het begrijpen van systemen
Arjen Nawijn maakt het onderwijs duurzamer door duurzaamheid expliciet te verbinden aan morele ontwikkeling. Met zijn project Normatieve Professionaliteit van de Groene Veranderaar heeft hij een didactische handreiking ontwikkeld die docenten helpt om ethische dilemma’s rondom duurzaamheid structureel onderdeel te maken van hun lessen. Wat gebeurde er? Arjen merkte dat duurzaamheid in het onderwijs vaak technisch of inhoudelijk werd benaderd (kennis over stikstof, biodiversiteit, circulaire landbouw), maar dat de normatieve kant – vragen over rechtvaardigheid, verantwoordelijkheid en waarden – minder expliciet werd gemaakt. Hij ontwikkelde daarom concreet lesmateriaal, workshops en werkvormen gebaseerd op het vier-componentenmodel van morele ontwikkeling (gevoeligheid, oordeel, motivatie en karakter). Het effect is dat docenten ; onder andere bij Aeres Hogeschool Wageningen en mogelijk Warmonderhof, nu handvatten hebben om studenten niet alleen kennis bij te brengen, maar hen ook te leren moreel te reflecteren en positie te kiezen in complexe transitieopgaven. Studenten leren hun eigen waarden onderzoeken, verschillende perspectieven wegen en verantwoordelijkheid nemen als toekomstige groene professionals. Arjen werkte hierbij samen met collega’s uit MBO en HBO (o.a. Hilco Huizinga, Anne Rotteveel, Eline Schothorst en Sandra van der Wielen) en met extern expert Reina Kuiper. Door deze samenwerking is het materiaal breed toepasbaar binnen Aeres. Zo draagt Arjen bij aan een generatie Groene Veranderaars die niet alleen kúnnen verduurzamen, maar ook bewust en gemotiveerd kiezen voor rechtvaardige en toekomstbestendige oplossingen.
2. Hoe betrekt de docent leerlingen en studenten actief bij duurzaam onderwijs?
- PROFESSIONELE ONTWIKKELING – Docent ontwikkelt representatief en inclusief lesmateriaal of helpt leerlingen met het begrijpen van systemen
Arjen Nawijn betrekt studenten actief bij duurzaam onderwijs door hen niet alleen over duurzaamheid te laten leren, maar hen moreel eigenaar te maken van duurzame vraagstukken. In zijn lessen en workshops – onder andere binnen Aeres Hogeschool Wageningen – werkt hij met concrete duurzaamheidsdilemma’s uit de agrarische en voedselcontext. Studenten analyseren echte casussen, verkennen verschillende perspectieven (boer, burger, natuur, toekomstige generaties) en gaan daarover met elkaar in dialoog. Wat gebeurde er? In plaats van één “juist” antwoord te geven, stimuleerde Arjen studenten om hun eigen waarden expliciet te maken, deze te onderbouwen en kritisch te bevragen. Met behulp van werkvormen uit de ontwikkelde handreiking, zoals socratische gesprekken, rollenspellen en reflectieopdrachten – oefenen studenten met moreel redeneren en het innemen van een beargumenteerd standpunt. Het effect is zichtbaar in de betrokkenheid: studenten gaan van passieve kennisconsumenten naar actieve deelnemers. Ze ervaren dat hun visie ertoe doet en dat duurzaamheid niet alleen een technisch vraagstuk is, maar een professionele verantwoordelijkheid. Dit vergroot motivatie en eigenaarschap. Arjen deed dit niet alleen. Hij werkte samen met collega’s uit MBO en HBO, waaronder Hilco Huizinga en Anne Rotteveel, en betrok externe expertise van Reina Kuiper om natuur, ethiek en praktijk dichter bij elkaar te brengen. Door deze samenwerking werden werkvormen getest, aangescherpt en op meerdere locaties ingezet. Zo creëert Arjen een leeromgeving waarin studenten samen leren, discussiëren, reflecteren en uiteindelijk zelf in beweging komen richting duurzame actie.
3. Hoe helpt de docent leerlingen en studenten om zelf duurzame keuzes te maken en actie te ondernemen (handelingsperspectief)?
- PROFESSIONELE ONTWIKKELING – Docent ontwikkelt representatief en inclusief lesmateriaal of helpt leerlingen met het begrijpen van systemen
Arjen Nawijn helpt studenten om zelf duurzame keuzes te maken door duurzaamheid expliciet te koppelen aan persoonlijke en professionele verantwoordelijkheid. In zijn onderwijs – onder andere binnen Aeres Hogeschool Wageningen – werkt hij met het vier-componentenmodel van morele ontwikkeling (gevoeligheid, oordeel, motivatie en karakter). Daarmee blijft het niet bij analyse, maar wordt toegewerkt naar handelen. Wat gebeurde er? Studenten onderzoeken eerst een duurzaamheidsvraagstuk (bijvoorbeeld rond landbouw, biodiversiteit of voedselproductie), analyseren betrokken belangen en waarden, en formuleren vervolgens hun eigen morele positie. Daarna volgt de cruciale stap: wat betekent dit voor mijn handelen als toekomstig professional? Studenten maken een persoonlijk of beroepsgericht handelingsperspectief concreet, bijvoorbeeld in de vorm van een actieplan, reflectieverslag of praktijkkeuze tijdens stage. Het effect is dat studenten niet blijven hangen in abstracte discussie, maar leren hun waarden te vertalen naar keuzes. Ze ervaren dat duurzame actie niet begint bij perfecte oplossingen, maar bij bewuste, onderbouwde stappen. Dit vergroot hun gevoel van zelfeffectiviteit en professionele identiteit als Groene Veranderaar. Arjen ontwikkelde deze aanpak samen met collega’s uit MBO en HBO, waaronder Hilco Huizinga en Anne Rotteveel, en met externe expert Reina Kuiper. Door deze samenwerking zijn de werkvormen zowel theoretisch onderbouwd als praktisch toepasbaar. Zo helpt Arjen studenten om niet alleen te weten wat duurzaam is, maar om daadwerkelijk te kiezen, te durven en te doen.
4. Hoe inspireert de docent anderen binnen én buiten de school om actief mee te doen aan de verduurzaming van het onderwijs?
- PROFESSIONELE ONTWIKKELING – Docent ontwikkelt representatief en inclusief lesmateriaal of helpt leerlingen met het begrijpen van systemen
Arjen Nawijn inspireert anderen binnen én buiten Aeres door duurzaamheid niet alleen als inhoudelijk thema te benaderen, maar als pedagogische en professionele opdracht. Met de ontwikkeling van de Handreiking Morele Ontwikkeling voor Groene Veranderaars heeft hij collega-docenten concrete handvatten gegeven om morele vorming structureel te integreren in hun onderwijs. Wat gebeurde er? Arjen organiseerde workshops en presentaties waarin hij het vier-componentenmodel (morele gevoeligheid, oordeel, motivatie en karakter) vertaalde naar direct toepasbare werkvormen. Docenten gingen niet alleen luisteren, maar zelf aan de slag met casussen, dialogische werkvormen en reflectievragen. Hierdoor ontstond eigenaarschap: collega’s zagen hoe zij in hun eigen vak (van agrarische opleidingen tot biologie en food) duurzaamheid explicieter en normatiever konden maken. Het effect is dat duurzaamheid binnen teams vaker wordt besproken als gezamenlijke verantwoordelijkheid. Niet alleen wat we onderwijzen, maar ook hoe we waarden expliciet maken in onze lessen. De handreiking fungeert inmiddels als gedeelde taal en referentiekader binnen meerdere opleidingen. Arjen werkte hierbij samen met collega’s uit MBO en HBO (o.a. Hilco Huizinga, Anne Rotteveel, Eline Schothorst en Sandra van der Wielen) en met externe expert Reina Kuiper. Door deze brede samenwerking overstijgt het project één locatie of opleiding. Zo inspireert Arjen een beweging: hij versterkt docenten in hun rol als vormers van Groene Veranderaars en draagt bij aan een onderwijspraktijk waarin duurzaamheid, ethiek en professionele moed vanzelfsprekend met elkaar verbonden zijn.
5. Met wie werkt de docent buiten de school samen?
- Gemeenten - Provincie - Waterschappen
Arjen Nawijn werkt actief samen met externe partners om morele ontwikkeling en duurzaamheid stevig te verankeren in het onderwijs. Een belangrijke externe samenwerkingspartner binnen het project is Reina Kuiper (trainer en coach, met expertise in natuur, ethiek en educatie). Zij droeg als auteur bij aan de ontwikkeling van de handreiking en hielp om theoretische inzichten praktisch toepasbaar te maken voor docenten en studenten. Daarnaast is in de handreiking gebruikgemaakt van expertise van wetenschappers en onderwijsontwikkelaars van onder andere Wageningen University & Research en andere kennisinstellingen. Door deze verbinding met externe experts is het materiaal wetenschappelijk onderbouwd én inhoudelijk actueel. Wat gebeurde er? Externe expertise werd niet alleen geraadpleegd op papier, maar ook vertaald naar workshops en onderwijsbijeenkomsten binnen Aeres. Hierdoor kwamen actuele inzichten over transitiecompetenties, ethiek en duurzame ontwikkeling direct in het curriculum terecht. Het effect is dat studenten in hun lessen werken met perspectieven en kennis die verder reiken dan de schoolmuren. Zij leren duurzame vraagstukken bekijken vanuit wetenschap, praktijk en maatschappelijke verantwoordelijkheid. Dit versterkt hun professionele blik en verbindt onderwijs met de bredere duurzaamheidsopgave in de samenleving. Door samen te werken met externe experts en kennisinstellingen bouwt Arjen bruggen tussen onderwijs, onderzoek en praktijk. Zo zorgt hij ervoor dat het onderwijs niet op zichzelf staat, maar actief bijdraagt aan duurzame transities in de maatschappij.
6. Vertel waarom je deze docent waardeert en hoe deze docent jou inspireert in het verduurzamen van het onderwijs.
Ik waardeer Arjen omdat hij duurzaamheid durft te verdiepen. Waar duurzaamheid soms blijft steken in technische oplossingen of beleidsdoelen, maakt hij het persoonlijk, moreel en professioneel. Hij laat zien dat duurzaam onderwijs niet alleen gaat over wát we onderwijzen, maar vooral over wie we vormen. Wat mij inspireert, is zijn zorgvuldigheid en moed. Het thema morele ontwikkeling is complex en theoretisch uitdagend, maar Arjen heeft de tijd genomen om het degelijk uit te werken en tegelijk praktisch toepasbaar te maken. Hij kiest niet voor snelle oplossingen, maar voor duurzame verankering in het curriculum. Dat vraagt doorzettingsvermogen en visie. In gesprekken en workshops zie ik hoe hij collega’s uitnodigt om na te denken over hun eigen waarden en rol als docent. Hij stelt vragen die raken: Welke waarden geef je impliciet mee? Hoe help je studenten om hun eigen positie te bepalen in de transitie? Dat zet aan tot reflectie én actie. Wat mij vooral inspireert, is dat hij duurzaamheid koppelt aan professionele identiteit. Studenten leren bij hem niet alleen analyseren, maar ook kiezen en handelen. Dat motiveert mij om in mijn eigen werk bewuster ruimte te maken voor morele dialoog, voor twijfel, voor perspectiefwisseling en voor handelingsperspectief. Arjen laat zien dat duurzaam onderwijs begint bij docenten die zelf blijven leren, reflecteren en durven positioneren. Die houding werkt aanstekelijk.

