Banner DDV24 2 2

  • Onderwijstype: MBO
  • School: Aeres
  • Jaar van aanmelding: 2026

1. Hoe maakt de docent het onderwijs en daarmee de wereld duurzamer?

- CURRICULUM - Betrekt de SDG's in de lespraktijk of werkt samen met docenten van andere vakken - PEDAGOGIEK EN DIDACTIEK - Maakt sociale en/of economische ongelijkheid bespreekbaar of gebruikt ervaringsgerichte werkvormen in de klas - PROFESSIONELE ONTWIKKELING – Docent ontwikkelt representatief en inclusief lesmateriaal of helpt leerlingen met het begrijpen van systemen

Greetje maakt het onderwijs én daarmee de wereld duurzamer door duurzaamheid niet als los thema te behandelen, maar als integraal onderdeel van onderwijsontwikkeling en professionalisering. Als initiatiefnemer van het O&I-project “Opleiden en certificering tot Groene Veranderaars” heeft zij samen met collega’s uit vmbo, mbo en hbo onderzocht welke kennis, vaardigheden en houding nodig zijn om docenten op te leiden tot echte groene veranderaars Opleiden en certificeren tot Gr… . Wat gebeurde er? Greetje bracht docenten, management en een klankbordgroep samen in interviews en werksessies. Op basis van deze gesprekken is een concreet raamwerk ontwikkeld dat zich richt op duurzame ontwikkeling, systeemdenken, kritisch denken, burgerschap en vakinhoudelijke én didactische vaardigheden (zie o.a. de hoofdstukken over basiskennis en vaardigheden) Opleiden en certificeren tot Gr… . Hierdoor werd duurzaamheid niet alleen inhoudelijk verdiept (bijvoorbeeld rond ecologie, circulariteit en SDG’s), maar ook didactisch versterkt: hoe begeleid je studenten bij complexe transitievraagstukken? Dit kreeg plek binnen professionaliseringstrajecten en curriculumontwikkeling op verschillende Aeres-locaties. Het effect is zichtbaar in meer samenhang tussen vakinhoud, pedagogiek en maatschappelijke opgaven. Docenten worden gestimuleerd om kritisch denken, toekomstgericht handelen en eigenaarschap bij studenten te bevorderen. Daarmee leidt Greetje niet alleen studenten op met kennis van duurzaamheid, maar met de competenties om daadwerkelijk bij te dragen aan groene transities. Samen met collega’s uit Wageningen, Dronten en het vmbo heeft zij gewerkt aan een aanpak waarin teacher leadership centraal staat: docenten krijgen ruimte én verantwoordelijkheid om innovatie te dragen. Door deze structurele inbedding – van visie tot certificering – zorgt Greetje ervoor dat duurzaamheid geen project blijft, maar een blijvende beweging binnen het onderwijs én daarbuiten.

2. Hoe betrekt de docent leerlingen en studenten actief bij duurzaam onderwijs?

- PEDAGOGIEK EN DIDACTIEK - Maakt sociale en/of economische ongelijkheid bespreekbaar of gebruikt ervaringsgerichte werkvormen in de klas - PROFESSIONELE ONTWIKKELING – Docent ontwikkelt representatief en inclusief lesmateriaal of helpt leerlingen met het begrijpen van systemen - OMGEVING – Docent geeft buitenonderwijs of nodigt gastsprekers uit

Greetje betrekt leerlingen en studenten actief bij duurzaam onderwijs door hen niet alleen kennis te laten verwerven, maar hen daadwerkelijk te positioneren als mede-veranderaars. Binnen het traject “Opleiden en certificering tot Groene Veranderaars” staat het ontwikkelen van kritisch denken, systeemdenken en actief burgerschap centraal . Dat betekent dat duurzaamheid in haar lessen geen theoriehoofdstuk is, maar een praktijkgerichte leerervaring. In het (v)mbo en in samenwerking met collega’s uit mbo en hbo vertaalt zij thema’s als circulaire landbouw, ecologie, energietransitie en de SDG’s naar concrete opdrachten waarin studenten echte vraagstukken onderzoeken. Studenten analyseren bijvoorbeeld kringlopen op school of in de regio, onderzoeken impact van bedrijfskeuzes of werken aan oplossingen voor duurzame productie. Daarbij leren zij feiten van meningen te onderscheiden, bronnen kritisch te beoordelen en hun eigen standpunt te onderbouwen. Wat gebeurde er? Studenten kregen meer eigenaarschap over hun leerproces. Greetje stimuleert reflectie op houding en gedrag: wat betekent duurzaamheid voor jou als toekomstig professional? Door het expliciet verbinden van vakinhoud aan maatschappelijke transities groeit het bewustzijn dat hun toekomstige beroep invloed heeft op mens, dier en omgeving. Het effect is dat studenten niet alleen kennis opdoen, maar zich ook verantwoordelijk voelen voor hun rol in de groene transitie. Dit doet zij samen met collega-docenten, binnen professionele leergemeenschappen (PLG’s), zodat didactiek en inhoud op elkaar afgestemd zijn. Door deze gezamenlijke aanpak ontstaat samenhang tussen vakken en leerjaren. Studenten merken dat duurzaamheid geen los project is, maar een rode draad door het curriculum. Zo creëert Greetje onderwijs waarin leerlingen en studenten actief onderzoeken, samenwerken en handelen & waarin zij leren dat zij zelf verschil kunnen maken in een duurzame wereld.

3. Hoe helpt de docent leerlingen en studenten om zelf duurzame keuzes te maken en actie te ondernemen (handelingsperspectief)?

- CURRICULUM - Betrekt de SDG's in de lespraktijk of werkt samen met docenten van andere vakken - PEDAGOGIEK EN DIDACTIEK - Maakt sociale en/of economische ongelijkheid bespreekbaar of gebruikt ervaringsgerichte werkvormen in de klas - PROFESSIONELE ONTWIKKELING – Docent ontwikkelt representatief en inclusief lesmateriaal of helpt leerlingen met het begrijpen van systemen

Greetje helpt leerlingen en studenten om daadwerkelijk duurzame keuzes te maken door hen niet alleen bewust te maken van problemen, maar hen concrete handvatten te geven om te handelen. In het traject “Opleiden en certificering tot Groene Veranderaars” is expliciet aandacht voor competenties als systeemdenken, kritisch denken, actief burgerschap en het ontwikkelen van 21e-eeuwse vaardigheden. Deze vormen samen het handelingsperspectief: begrijpen, afwegen én doen. In haar lessen binnen het (v)mbo – en in samenwerking met mbo- en hbo-collega’s; vertaalt zij thema’s als circulariteit, ecologie, energietransitie en SDG’s naar praktijkgerichte opdrachten. Studenten analyseren bijvoorbeeld kringlopen in de landbouw, onderzoeken de impact van keuzes in voer, energie of grondstoffengebruik en formuleren verbetervoorstellen voor een bedrijf of schoolomgeving. Zij leren hierbij niet alleen wat duurzamer is, maar ook waarom & welke afwegingen daarbij horen. Wat gebeurde er? Studenten werden uitgedaagd om hun eigen waarden en professionele rol te onderzoeken. Door reflectieopdrachten en dialoog in de klas denken zij na over vragen als: Welke verantwoordelijkheid heb ik als toekomstig vakmens? Welke keuzes kan ik morgen al anders maken? Het effect is dat duurzaamheid persoonlijk en concreet wordt. Studenten ervaren dat zij invloed hebben, binnen hun opleiding én in hun toekomstige werkveld. Dit doet Greetje samen met collega’s binnen professionele leergemeenschappen, zodat vakinhoud, didactiek en loopbaanoriëntatie met elkaar verbonden worden. Door duurzaamheid ook te koppelen aan LOB (loopbaanoriëntatie en -begeleiding) leren studenten hun eigen duurzame ambities te verbinden aan hun beroepskeuze. Zo ontstaat onderwijs waarin studenten niet alleen kennis ontwikkelen over duurzaamheid, maar daadwerkelijk leren kiezen, onderbouwen en handelen, als bewuste professionals die bijdragen aan een toekomstbestendige wereld.

4. Hoe inspireert de docent anderen binnen én buiten de school om actief mee te doen aan de verduurzaming van het onderwijs?

- CURRICULUM - Betrekt de SDG's in de lespraktijk of werkt samen met docenten van andere vakken - PEDAGOGIEK EN DIDACTIEK - Maakt sociale en/of economische ongelijkheid bespreekbaar of gebruikt ervaringsgerichte werkvormen in de klas - GEBOUW EN BEDRIJFSVOERING - Verduurzaamt het aanbod in de kantine of Initieert een groen schoolplein - PROFESSIONELE ONTWIKKELING – Docent ontwikkelt representatief en inclusief lesmateriaal of helpt leerlingen met het begrijpen van systemen

Greetje inspireert anderen binnen én buiten de school door duurzaamheid niet alleen in haar eigen lessen vorm te geven, maar door een beweging op gang te brengen. Als mede-initiatiefnemer van het traject “Opleiden en certificering tot Groene Veranderaars” heeft zij collega’s uit vmbo, mbo en hbo samengebracht om gezamenlijk te verkennen wat duurzaam en toekomstgericht onderwijs vraagt. Wat gebeurde er? Door interviews, werksessies en samenwerking in professionele leergemeenschappen ontstond een gedeeld raamwerk rond duurzame ontwikkeling, systeemdenken, kritisch denken, burgerschap en didactische vernieuwing. Dit zorgde voor taal en richting: collega’s kregen concrete handvatten om duurzaamheid in hun eigen vak te integreren. Het effect was dat duurzaamheid niet langer afhankelijk was van individuele voorlopers, maar breder werd gedragen binnen de organisatie. Binnen de school is dit zichtbaar in gezamenlijke curriculumontwikkeling en in gesprekken over teacher leadership. Greetje stimuleert collega’s om eigenaarschap te nemen over onderwijsinnovatie en om duurzaamheid te koppelen aan hun eigen vakinhoud en praktijkcontext. Daarmee versterkt zij niet alleen kennis, maar ook het vertrouwen om te experimenteren en te vernieuwen. Buiten de school inspireert zij door de verbinding te leggen met maatschappelijke opgaven en het werkveld. Door duurzaamheid te koppelen aan actuele transities in landbouw, ecologie en energie, laat zij zien hoe onderwijs direct bijdraagt aan maatschappelijke impact. De samenwerking met collega’s van verschillende Aeres-locaties en onderwijsniveaus zorgt bovendien voor kruisbestuiving en opschaling. Het resultaat is een groeiende gemeenschap van docenten die zich herkennen in de rol van ‘Groene Veranderaar’. Greetje laat zien dat verduurzaming geen extra taak is, maar de kern van toekomstgericht onderwijs. Door haar verbindende en inhoudelijk sterke aanpak inspireert zij anderen om niet af te wachten, maar zelf actief bij te dragen aan de verduurzaming van het onderwijs.

5. Met wie werkt de docent buiten de school samen?

 

Greetje werkt buiten de school samen met partners uit het hoger onderwijs, het mbo en met experts op het gebied van duurzame ontwikkeling en onderwijsinnovatie. Binnen het traject “Opleiden en certificering tot Groene Veranderaars” werkte zij samen met collega’s van Aeres Hogeschool Dronten, Aeres Hogeschool Wageningen en MBO Dronten Warmonderhof. Door deze samenwerking over onderwijsniveaus heen ontstond een doorlopende leerlijn rond duurzaamheid en professionalisering. Wat gebeurde er? In interviews en gezamenlijke werksessies zijn kennis, vaardigheden en houdingsaspecten rondom duurzame ontwikkeling in kaart gebracht. Daarbij is aansluiting gezocht bij internationale kaders zoals de Sustainable Development Goals (SDG’s) en het Europese GreenComp-framework. Door deze externe kaders te verbinden aan de dagelijkse onderwijspraktijk, kregen docenten én studenten een bredere, internationaal georiënteerde blik op duurzaamheid. Daarnaast sluit Greetje in haar onderwijs aan bij ontwikkelingen in het werkveld, bijvoorbeeld rond circulaire landbouw, energietransitie en natuurinclusieve productie. Studenten werken met actuele vraagstukken uit de praktijk, waardoor zij leren hoe duurzame keuzes in bedrijven en organisaties tot stand komen. Dit versterkt de relatie tussen school en beroepspraktijk en vergroot het handelingsperspectief van studenten. Het effect van deze externe samenwerking is zichtbaar in meer samenhang tussen theorie en praktijk, en tussen verschillende onderwijsniveaus. Studenten ervaren dat duurzaamheid geen schools thema is, maar onderdeel van een bredere maatschappelijke beweging. Collega’s profiteren van gezamenlijke kennisontwikkeling en uitwisseling tussen vmbo, mbo en hbo. Door actief verbinding te leggen tussen onderwijs, onderzoek, beleid (zoals SDG’s) en beroepspraktijk, zorgt Greetje ervoor dat duurzaam onderwijs stevig geworteld is in de samenleving. Daarmee versterkt zij niet alleen haar eigen lessen, maar ook de positie van de school als partner in de groene transitie.

6. Vertel waarom je deze docent waardeert en hoe deze docent jou inspireert in het verduurzamen van het onderwijs.

Ik waardeer Greetje omdat zij duurzaamheid niet benadert als een trend of project, maar als een vanzelfsprekend uitgangspunt van goed onderwijs. Zij combineert inhoudelijke deskundigheid met een duidelijke visie op de rol van onderwijs in maatschappelijke transities. Wat mij vooral raakt, is dat zij niet blijft hangen in abstracte idealen, maar duurzaamheid concreet maakt – in curriculumontwikkeling, in professionalisering van collega’s en in de dagelijkse lespraktijk. Door haar betrokkenheid bij het traject rond het opleiden van ‘Groene Veranderaars’ laat zij zien dat echte verandering begint bij de docent zelf. Zij stelt scherpe vragen: wat vraagt de toekomst van onze studenten? Welke kennis, vaardigheden en houding hebben zij nodig om bij te dragen aan een duurzame wereld? Die vragen werken aanstekelijk. Ze zorgen ervoor dat je als collega opnieuw naar je eigen onderwijs kijkt. Wat mij inspireert, is haar verbindende manier van werken. Ze zoekt actief de samenwerking op – tussen vmbo, mbo en hbo, tussen collega’s met verschillende expertises – en creëert ruimte voor gezamenlijke reflectie. Daardoor voelt verduurzaming niet als iets dat “erbij” komt, maar als een gezamenlijke ontwikkeling. Daarnaast waardeer ik haar focus op handelingsperspectief. Ze benadrukt dat studenten niet alleen moeten weten wat duurzaamheid is, maar moeten ervaren dat zij zelf verschil kunnen maken. Die overtuiging neem ik mee in mijn eigen werk: hoe geef ik studenten eigenaarschap? Hoe verbind ik vakinhoud aan maatschappelijke opgaven? Greetje inspireert mij door haar consistentie, haar inhoudelijke diepgang en haar vertrouwen in de kracht van onderwijs. Dankzij haar zie ik verduurzaming niet als een ambitie voor later, maar als een opdracht voor vandaag – in elke les, in elk gesprek en in elke onderwijskeuze die we maken.