1. Hoe maakt de docent het onderwijs en daarmee de wereld duurzamer?
- CURRICULUM - Betrekt de SDG's in de lespraktijk of werkt samen met docenten van andere vakken
Guido van Eijk maakt het onderwijs structureel duurzamer door duurzaamheid niet als los thema te benaderen, maar als integraal ontwerpbeginsel binnen onderwijsontwikkeling. Vanuit zijn rol binnen het Practoraat Energietransitie ontwikkelde hij de methodiek De Groene Draad: een praktisch implementatiemodel waarmee onderwijsteams duurzaamheid kunnen verankeren in curriculum, didactiek en beroepscontext. De Groene Draad helpt teams om op micro-, meso- en macroniveau te werken aan visie, leerdoelen, leeractiviteiten en toetsing rondom duurzaamheid. Hierdoor wordt duurzaamheid zichtbaar in lessen, projecten, BPV-opdrachten en examinering. Het effect hiervan is dat studenten niet alleen kennis opdoen over duurzaamheid, maar ook leren hoe dit zich vertaalt naar hun toekomstige beroep en rol in de samenleving. De impact van Guido’s werk reikt verder dan Summa. In samenwerking met Leren voor Morgen, CINOP en de MBO Raad is De Groene Draad doorontwikkeld tot een landelijke toolbox en servicedocument, zodat ook andere MBO-instellingen hiermee kunnen werken. Hiermee draagt Guido aantoonbaar bij aan systeemverandering: van losse duurzaamheidsinitiatieven naar duurzaam onderwijs als structureel onderdeel van opleiden.
2. Hoe betrekt de docent leerlingen en studenten actief bij duurzaam onderwijs?
- ANDERS, ...
Guido betrekt studenten actief door duurzaamheid te koppelen aan hun eigen vakmanschap en beroepsidentiteit. Binnen onderwijsprojecten die zijn ontwikkeld vanuit De Groene Draad werken studenten aan realistische vraagstukken uit hun eigen sector, zoals energietransitie, circulaire materialen, duurzame bedrijfsvoering en technologische innovatie. Studenten worden uitgedaagd om niet alleen kennis te verwerven, maar ook oplossingen te ontwerpen, prototypes te ontwikkelen en samen te werken met externe partners. Hierdoor ontstaat eigenaarschap en intrinsieke motivatie. Daarnaast stimuleert Guido docententeams om studenten te betrekken bij living labs, praktijkopdrachten en innovatievraagstukken binnen en buiten de school. Studenten ervaren zo dat zij zelf onderdeel zijn van de transitie naar een duurzamere samenleving. Het effect is zichtbaar in verhoogde betrokkenheid, meer bewustwording en concrete duurzame projecten die voortkomen uit het onderwijs.
3. Hoe helpt de docent leerlingen en studenten om zelf duurzame keuzes te maken en actie te ondernemen (handelingsperspectief)?
- CURRICULUM - Betrekt de SDG's in de lespraktijk of werkt samen met docenten van andere vakken
Guido richt zich sterk op handelingsperspectief. Binnen De Groene Draad staat niet alleen kennis centraal, maar ook vaardigheden, houding en gedrag. Studenten leren hoe zij in hun toekomstige beroep duurzame keuzes kunnen maken, bijvoorbeeld in materiaalgebruik, energieverbruik, ontwerpkeuzes en procesoptimalisatie. Door te werken met praktijkcasussen, sectorvraagstukken en interdisciplinaire projecten leren studenten duurzame afwegingen maken in realistische contexten. Zij worden gestimuleerd om kritisch te denken, alternatieven te onderzoeken en concrete verbeteracties voor te stellen. Daarnaast besteedt Guido aandacht aan de persoonlijke ontwikkelkant van duurzaamheid: bewustwording, verantwoordelijkheid en toekomstgericht denken. Dit sluit aan bij de koppeling tussen SDG’s (wat) en IDG’s (hoe). Het resultaat is dat studenten niet alleen weten wat duurzaamheid is, maar zich ook bekwaam voelen om hiernaar te handelen, nu en in hun toekomstige loopbaan.
4. Hoe inspireert de docent anderen binnen én buiten de school om actief mee te doen aan de verduurzaming van het onderwijs?
- ANDERS, ...
Guido inspireert collega’s door zijn visie te vertalen naar concrete, werkbare tools. De Groene Draad is geen theoretisch model, maar een praktisch instrument waarmee onderwijsteams direct aan de slag kunnen. Binnen Summa begeleidt hij teams, verzorgt hij workshops en ondersteunt hij curriculumontwikkeling. Hierdoor ontstaat draagvlak en beweging in de hele organisatie. Ook buiten Summa is zijn impact groot. Door samenwerking met Leren voor Morgen, CINOP en de MBO Raad is zijn werk landelijk beschikbaar gemaakt. Hiermee inspireert hij andere onderwijsinstellingen om duurzaamheid structureel te implementeren. Zijn kracht ligt in het verbinden van visie, praktijk en samenwerking. Hij maakt duurzaamheid toegankelijk, toepasbaar en schaalbaar.
5. Met wie werkt de docent buiten de school samen?
- Anders, ...
Guido werkt intensief samen met landelijke en regionale partners die zich inzetten voor duurzaam onderwijs en de energietransitie. Belangrijke samenwerkingspartners zijn onder andere: - Leren voor Morgen - CINOP - MBO Raad - Onderwijsinstellingen binnen het MBO-netwerk - Practoraten en innovatiepartners binnen energietransitie - Fontys en TU/e Binnen deze samenwerkingen is gewerkt aan de doorontwikkeling van De Groene Draad tot een landelijke toolbox en servicedocument. Hierdoor kunnen onderwijsinstellingen kennis delen, methodieken toepassen en gezamenlijk werken aan duurzaam opleiden. Deze samenwerkingen zorgen voor kennisdeling, opschaling en structurele verankering van duurzaamheid binnen het beroepsonderwijs.
6. Vertel waarom je deze docent waardeert en hoe deze docent jou inspireert in het verduurzamen van het onderwijs.
Guido inspireert doordat hij duurzaamheid vertaalt van ambitie naar concrete onderwijspraktijk. Waar veel initiatieven blijven hangen in losse projecten, heeft hij een methodiek ontwikkeld die blijvend verschil maakt. Zijn vermogen om mensen mee te nemen, te verbinden en te activeren zorgt ervoor dat duurzaamheid niet iets extra’s is, maar onderdeel wordt van goed onderwijs. Hij laat zien dat systeemverandering begint bij praktische stappen, gedragen door teams. Daarmee inspireert hij collega’s om zelf ook eigenaarschap te nemen in het verduurzamen van onderwijs.

