Banner DDV24 2 2

  • Onderwijstype: Voortgezet onderwijs
  • School: 2College Ruivenmavo
  • Jaar van aanmelding: 2026

1. Hoe maakt de docent het onderwijs en daarmee de wereld duurzamer?

- CURRICULUM - Betrekt de SDG's in de lespraktijk of werkt samen met docenten van andere vakken - PEDAGOGIEK EN DIDACTIEK - Maakt sociale en/of economische ongelijkheid bespreekbaar of gebruikt ervaringsgerichte werkvormen in de klas - PROFESSIONELE ONTWIKKELING – Docent ontwikkelt representatief en inclusief lesmateriaal of helpt leerlingen met het begrijpen van systemen - OMGEVING – Docent geeft buitenonderwijs of nodigt gastsprekers uit

Burgerschap en duurzaamheid stevig verankerd binnen 2College Ruivenmavo Binnen 2College Ruivenmavo vormen Burgerschap en duurzaamheid een onlosmakelijk onderdeel van ons onderwijs. Onder leiding van Vera en Pieternel, onze bevlogen burgerschaps- en duurzaamheidscoördinatoren, is een doorlopende leerlijn ontwikkeld waarin duurzaamheid een prominente en structurele plaats inneemt. Binnen ons KED-onderwijs krijgt Burgerschap wekelijks aandacht tijdens de dagstarts in de onderbouw. Op deze manier zijn niet alleen alle leerlingen, maar ook alle collega’s actief betrokken bij actuele maatschappelijke thema’s. Duurzaamheid wordt verdiept tijdens maandelijkse themaperiodes zoals ‘Stralend water, stralende gezondheid’, ‘Een leefbare toekomst’, ‘Denk slim, denk groen’ en ‘Gendergelijkheid en trots’. Zo verbinden we wereldvraagstukken aan het dagelijkse leerproces. Tijdens het Project Duurzaamheid in het voorjaar werken alle onderbouwleerlingen aan concrete, impactvolle ideeën voor de school en haar directe omgeving. Leerlingen ontwierpen bijvoorbeeld een systeem om regenwater uit de regenpijp te benutten voor energieopwekking, ontwikkelden plannen voor een prikkelarme ruimte en bedachten plantenbakken met positieve spreuken om het welzijn in de school te versterken. Wie verder wilde werken aan zijn of haar idee, kon deelnemen aan extra workshops. Verschillende initiatieven vonden uiteindelijk hun weg naar het Amazing Future Festival van OMO, waar zij een breder podium kregen. Een bijzonder samenwerkingsproject ontstond met leerlingen van het 2College Cobbenhagenlyceum. Nadat tijdens eerdere duurzaamheidsweken moestuinbakken waren gerealiseerd, bleek het onderhoud in de zomervakantie een uitdaging. Onze leerlingen traden op als opdrachtgever en stelden een Programma van Eisen op voor een duurzaam irrigatiesysteem dat zonder fysieke aanwezigheid op school kon functioneren. O&O-leerlingen van het lyceum onderzochten mogelijke oplossingen, werkten deze uit in praktische ontwerpen en presenteerden hun voorstellen aan hun opdrachtgevers. Deze samenwerking bracht onderzoekend leren, eigenaarschap en duurzaamheid op inspirerende wijze samen. Vera en Pieternel zijn ware ambassadeurs van dit programma. Met grote bevlogenheid delen zij hun aanpak tijdens lezingen en workshops binnen OMO en het KED-netwerk. Dankzij hun heldere visie en voortdurende inzet is duurzaamheid bij ons geen losstaand project, maar een structureel en zichtbaar onderdeel van onze schoolcultuur en ons onderwijsprogramma. Hun werk heeft inmiddels velen geïnspireerd, zowel binnen als buiten onze eigen leeromgeving. Op dit moment werken zij aan de verdere ontwikkeling van een doorlopend bovenbouwprogramma, waarin de aansluiting op de vernieuwde SLO-doelen opnieuw zorgvuldig wordt geborgd. Zo blijft het burgerschaps- en duurzaamheidsprogramma toekomstbestendig en inhoudelijk sterk verankerd in ons onderwijs. Als school zijn wij enorm trots op de impact die zij – samen met onze leerlingen en collega’s – realiseren.

2. Hoe betrekt de docent leerlingen en studenten actief bij duurzaam onderwijs?

- PEDAGOGIEK EN DIDACTIEK - Maakt sociale en/of economische ongelijkheid bespreekbaar of gebruikt ervaringsgerichte werkvormen in de klas - OMGEVING – Docent geeft buitenonderwijs of nodigt gastsprekers uit

Vera en Pieternel betrekken leerlingen actief bij duurzaam onderwijs door duurzaamheid niet als losstaand thema te behandelen, maar als een structureel onderdeel van het dagelijkse onderwijs. Tijdens dagstarts en maandelijkse thema’s worden actuele duurzaamheidsvraagstukken besproken, waarbij alle leerlingen en collega’s betrokken zijn. In deze lessen werken leerlingen met actieve werkvormen die uitnodigen tot denken, onderzoeken en samenwerken. Tijdens de duurzaamheidsweken verdiepen zij zich in echte, betekenisvolle opdrachten met impact op de school en haar directe omgeving. Zo wordt duurzaamheid niet alleen kennisoverdracht, maar ook een kwestie van houding, verantwoordelijkheid en handelen.

3. Hoe helpt de docent leerlingen en studenten om zelf duurzame keuzes te maken en actie te ondernemen (handelingsperspectief)?

- CURRICULUM - Betrekt de SDG's in de lespraktijk of werkt samen met docenten van andere vakken - GEBOUW EN BEDRIJFSVOERING - Verduurzaamt het aanbod in de kantine of Initieert een groen schoolplein - PROFESSIONELE ONTWIKKELING – Docent ontwikkelt representatief en inclusief lesmateriaal of helpt leerlingen met het begrijpen van systemen

Vera en Pieternel helpen leerlingen om zelf duurzame keuzes te maken door duurzaamheid te vertalen naar concrete, haalbare acties binnen hun eigen leefomgeving. In de lessen tijdens de dagstarts staat naast kennis en bewustwording altijd de vertaling naar het eigen handelen centraal. Met behulp van actieve werkvormen worden leerlingen uitgedaagd om na te denken over hun eigen keuzes en gedrag: Wat betekent dit voor mij? Wat kan ik vandaag anders doen? Op deze manier blijft duurzaamheid niet steken in theorie, maar wordt het een persoonlijke verantwoordelijkheid. Leerlingen leren niet alleen begrijpen waarom duurzame keuzes belangrijk zijn, maar ervaren ook dat zij zelf invloed hebben en daadwerkelijk kunnen bijdragen aan een leefbare toekomst. Een concreet voorbeeld van hoe Vera en Pieternel handelingsperspectief creëren, is te zien in de themamaand ‘Stralend water, stralende gezondheid’. In leerjaar 1 maken leerlingen eerst kennis met de basis: hoe drinkwater wordt gemaakt, hoe de waterkringloop werkt en wat de gevolgen zijn wanneer er onvoldoende schoon drinkwater beschikbaar is. Deze kennis wordt direct gekoppeld aan het eigen handelen. Leerlingen bedenken zoveel mogelijk manieren waarop zij thuis en op school water kunnen besparen. Zo wordt inzicht meteen verbonden aan persoonlijke verantwoordelijkheid. In leerjaar 2 keert hetzelfde thema terug, maar op een verdiepend niveau. Na een korte herhaling werken leerlingen samen aan een onderzoek naar een specifieke industrie, zoals kleding, elektronica, energie, voedsel of landbouw. Zij brengen in kaart hoeveel water er wordt verbruikt, waar verspilling plaatsvindt en welke milieugevolgen dat heeft. Vervolgens formuleren zij concrete voorstellen om waterverspilling binnen die sector te beperken. Door deze opbouw — van bewustwording naar analyse en vervolgens naar oplossingsgericht denken — ontwikkelen leerlingen niet alleen kennis, maar ook kritisch denkvermogen en een actieve houding. Zo leren zij dat duurzame keuzes niet alleen individueel zijn, maar ook samenhangen met grotere maatschappelijke systemen.

4. Hoe inspireert de docent anderen binnen én buiten de school om actief mee te doen aan de verduurzaming van het onderwijs?

- PEDAGOGIEK EN DIDACTIEK - Maakt sociale en/of economische ongelijkheid bespreekbaar of gebruikt ervaringsgerichte werkvormen in de klas - PROFESSIONELE ONTWIKKELING – Docent ontwikkelt representatief en inclusief lesmateriaal of helpt leerlingen met het begrijpen van systemen - OMGEVING – Docent geeft buitenonderwijs of nodigt gastsprekers uit

Vera en Pieternel inspireren anderen binnen én buiten de school door duurzaamheid zichtbaar, concreet en overdraagbaar te maken. Binnen de school nemen zij collega’s actief mee in de doorlopende leerlijn Burgerschap, bieden zij kant-en-klare dagstartmaterialen en werkvormen aan en laten zij zien hoe duurzaamheid vakoverstijgend kan worden geïntegreerd. Doordat alle collega’s via de dagstarts betrokken zijn, ontstaat er een gezamenlijke verantwoordelijkheid en groeit duurzaamheid uit tot een gedragen onderdeel van de schoolcultuur. Daarnaast delen zij hun aanpak actief buiten de school. Tijdens lezingen en workshops binnen OMO en het KED-netwerk presenteren zij hun visie, materialen en praktijkvoorbeelden. Zij laten niet alleen zien wat zij doen, maar ook hoe andere scholen dit kunnen vertalen naar hun eigen context. Ook door samenwerkingsprojecten, zoals de opdracht met het Cobbenhagenlyceum, creëren zij verbinding tussen scholen en stimuleren zij kennisuitwisseling. Hun enthousiasme, duidelijke structuur en concrete resultaten werken aanstekelijk. Zo inspireren zij anderen om duurzaamheid niet als extra taak te zien, maar als kans om onderwijs betekenisvoller en toekomstgericht te maken.

5. Met wie werkt de docent buiten de school samen?

- Buurtbewoners - Goede doelen - Gemeenten - Anders, ...

Naast al het hiervoor genoemde, deel ik in dit verband graag nog een ander voorbeeld. Een mooi voorbeeld van sociale duurzaamheid binnen ons programma is het project Positieve Impact, waarin leerlingen zich tijdens de weken voor Kerst inzetten voor dak- en thuisloze jongeren in de gemeente Tilburg. In dit project stond niet alleen bewustwording centraal, maar ook daadwerkelijk handelen. Leerlingen verdiepten zich eerst in de problematiek rondom dak- en thuisloosheid onder jongeren: hoe ontstaat het, welke gevolgen heeft het voor welzijn, onderwijs en toekomstkansen, en welke rol speelt de samenleving hierin? Vervolgens gingen zij in gesprek ervaringsdeskundige jongeren die lid zijn van een ervaringsgroep en worden begeleid door een lokale jongerenwerkstichting. Deze persoonlijke ontmoetingen maakten diepe indruk en zorgden voor een concreet en menselijk perspectief. Daarna ontwikkelden en voerden leerlingen zelf acties uit om bij te dragen aan verbetering. Zij organiseerden verschillende inzamelingsacties om geld op te halen dat werd omgezet in waardebonnen van de kringloopwinkel en een bedrag voor de ervaringsgroep om hun werk te stimuleren. Door de samenwerking met de gemeente en de jongerenwerkorganisatie kregen de acties een realistische en maatschappelijke inbedding. Leerlingen ervoeren dat hun inzet ertoe deed en dat zij daadwerkelijk verschil konden maken in hun eigen leefomgeving. Met dit project wordt duurzaamheid zichtbaar in haar volle breedte: niet alleen zorg voor de planeet, maar ook zorg voor elkaar. Zo leren leerlingen dat een leefbare toekomst begint bij sociale verantwoordelijkheid en betrokken burgerschap.

6. Vertel waarom je deze docent waardeert en hoe deze docent jou inspireert in het verduurzamen van het onderwijs.

Wij waarderen Vera en Pieternel omdat zij laten zien dat duurzaamheid geen tijdelijk project is, maar een overtuiging die je dagelijks vormgeeft in het onderwijs. Wat ons vooral aanspreekt, is hun combinatie van visie en daadkracht. Zij denken strategisch – met een doorlopende leerlijn en een duidelijke aansluiting op de SLO-doelen – en zorgen er tegelijkertijd voor dat het concreet en uitvoerbaar blijft in de klas. Zij inspireren ons doordat zij duurzaamheid niet benaderen als iets extra’s, maar als een manier om onderwijs betekenisvoller en toekomstgerichter te maken. Zij leren leerlingen niet alleen nadenken over problemen, maar leren hen ook naar zichzelf kijken: wat kun jij doen? Hun enthousiasme werkt aanstekelijk: zij maken collega’s nieuwsgierig en laten zien dat iedere docent, binnen elk vakgebied, kan bijdragen. Vera en Pieternel laten zien dat duurzaam onderwijs begint bij bevlogen professionals die durven verbinden, vernieuwen en anderen meenemen in hun visie. Vera en Pieternel zijn beiden onlosmakelijk en in gelijke mate verbonden aan ons burgerschaps- en duurzaamheidsonderwijs. Hun visie, inzet en ontwikkeling van het programma zijn zo verweven met elkaar, dat het werk van de één niet los te zien is van dat van de ander. Een nominatie van slechts één van hen zou dan ook geen recht doen aan de gezamenlijke inspanning en impact die zij realiseren. Daarom kiezen wij er bewust voor hen gezamenlijk te nomineren.