1. Hoe maakt de docent het onderwijs en daarmee de wereld duurzamer?
- CURRICULUM - Betrekt de SDG's in de lespraktijk of werkt samen met docenten van andere vakken - PEDAGOGIEK EN DIDACTIEK - Maakt sociale en/of economische ongelijkheid bespreekbaar of gebruikt ervaringsgerichte werkvormen in de klas - PROFESSIONELE ONTWIKKELING – Docent ontwikkelt representatief en inclusief lesmateriaal of helpt leerlingen met het begrijpen van systemen
Stan Frijtens maakt volgens Gewoon Doen! de docent, het onderwijs en uiteindelijk de wereld duurzamer door Leren voor Duurzame Ontwikkeling (LvDO) concreet en handelingsgericht te ontwerpen. Hij verschuift de rol van de docent van kennisoverdrager naar ontwerper en begeleider van betekenisvolle leerprocessen rond échte duurzaamheidsvraagstukken. Wat gebeurt er? De docent ontwikkelt leeractiviteiten waarin studenten werken aan authentieke, vaak regionale vraagstukken met ecologische, sociale én economische dimensies. Studenten analyseren bijvoorbeeld een duurzaam landbouwvraagstuk, betrekken verschillende perspectieven (boer, burger, overheid) en ontwerpen samen oplossingen. Reflectie op waarden en handelingsmogelijkheden is een vast onderdeel. Het effect is dat studenten niet alleen kennis opdoen, maar ook systeemdenken, kritisch denken, samenwerken en morele oordeelsvorming ontwikkelen. Ze ervaren dat zij zelf invloed kunnen uitoefenen. Waar zie je dit terug? Dit kan in groene opleidingen, maar net zo goed in economie, techniek of zorg. Bijvoorbeeld in een projectweek, minor of praktijkopdracht waarin duurzaamheid niet een los thema is, maar het uitgangspunt van het curriculumontwerp. In het mbo of hbo kan dit zichtbaar zijn in living labs, praktijkleren op bedrijven of interdisciplinaire projecten. Met wie doet de docent dit? Volgens Frijtens werkt de docent samen met collega’s (voor integratie in het curriculum), met externe partners zoals bedrijven of gemeenten (voor realistische vraagstukken) en met studenten als mede-onderzoekers. Door deze samenwerking ontstaat een leeromgeving waarin onderwijs en samenleving elkaar versterken. Zo draagt Frijtens bij aan verduurzaming: hij professionaliseert docenten in het ontwerpen van krachtig LvDO-onderwijs, waardoor studenten worden toegerust om als toekomstige professionals daadwerkelijk bij te dragen aan een duurzame wereld.
2. Hoe betrekt de docent leerlingen en studenten actief bij duurzaam onderwijs?
De docent betrekt leerlingen actief bij duurzaam onderwijs door hen te laten werken aan echte, betekenisvolle vraagstukken uit hun eigen leefomgeving. In plaats van alleen theorie over duurzaamheid uit te leggen, krijgen leerlingen een concrete opdracht, bijvoorbeeld het onderzoeken hoe de school energie kan besparen of hoe een lokaal bedrijf duurzamer kan produceren. Hierdoor worden zij mede-eigenaar van het leerproces. Wat gebeurde er? Leerlingen gingen in groepjes aan de slag met onderzoek: ze verzamelden data, interviewden betrokkenen (zoals een facilitair manager of ondernemer) en bedachten verbetermaatregelen. Tijdens het proces reflecteerden ze op verschillende belangen en perspectieven. Het effect was dat leerlingen niet alleen kennis opdeden over duurzaamheid, maar ook leerden samenwerken, kritisch denken en verantwoordelijkheid nemen. Ze ervaarden dat hun ideeën serieus werden genomen en soms zelfs daadwerkelijk werden uitgevoerd. Waar zag je dit terug? Bijvoorbeeld binnen vakken als biologie, aardrijkskunde, economie of in een projectweek rondom duurzame ontwikkeling. In een groen onderwijscontext kan dit plaatsvinden op een praktijklocatie of leerbedrijf, waar studenten direct zien wat de impact is van duurzame keuzes. In andere opleidingen kan het geïntegreerd zijn in een beroepsopdracht of stage. Met wie deed de docent dit samen? De docent werkte samen met collega’s om vakoverstijgend onderwijs te ontwerpen en met externe partners zoals bedrijven, gemeenten of maatschappelijke organisaties om realistische casussen aan te bieden. Ook leerlingen werkten onderling samen in teams. Door deze gezamenlijke aanpak ontstaat een leeromgeving waarin leerlingen actief participeren en zich betrokken voelen bij duurzame verandering.
3. Hoe helpt de docent leerlingen en studenten om zelf duurzame keuzes te maken en actie te ondernemen (handelingsperspectief)?
De docent helpt leerlingen om zelf duurzame keuzes te maken en actie te ondernemen door hen niet alleen kennis aan te bieden, maar hen actief te laten oefenen met afwegen, besluiten nemen en handelen in realistische situaties. In plaats van voor te schrijven wat “de juiste” duurzame keuze is, creëert de docent ruimte voor onderzoek, dialoog en morele reflectie. Wat gebeurde er? Leerlingen kregen bijvoorbeeld de opdracht om een concreet duurzaamheidsvraagstuk te analyseren, zoals voedselverspilling op school of het gebruik van grondstoffen binnen een praktijkopdracht. Ze onderzochten oorzaken, spraken met betrokkenen en brachten verschillende belangen in kaart. Vervolgens formuleerden zij zelf haalbare verbeteracties en voerden die – waar mogelijk – uit. Het effect was dat leerlingen eigenaarschap ontwikkelden: ze zagen dat hun keuzes verschil konden maken en dat duurzaamheid geen abstract begrip is, maar iets wat je dagelijks vormgeeft. Waar zag je dit terug? Dit kan plaatsvinden binnen vakken als biologie, economie of burgerschap, maar ook in praktijkgerichte lessen of stages. In een groene opleiding kan dit bijvoorbeeld zichtbaar zijn op een leerbedrijf waar studenten moeten kiezen tussen kostenbesparing en ecologische impact. In andere opleidingen kan het gaan om het verduurzamen van een bedrijfsproces of evenement. Met wie deed de docent dit samen? De docent werkte samen met collega’s om duurzaamheid vakoverstijgend te benaderen en betrok externe partners zoals bedrijven of de gemeente voor realistische contexten. Leerlingen werkten in teams, waardoor zij elkaars perspectieven leerden kennen en samen tot onderbouwde keuzes kwamen. Door deze aanpak ontwikkelen zij niet alleen kennis, maar ook handelingsvaardigheid en vertrouwen om zelf duurzame actie te ondernemen.
4. Hoe inspireert de docent anderen binnen én buiten de school om actief mee te doen aan de verduurzaming van het onderwijs?
De docent helpt leerlingen om zelf duurzame keuzes te maken door hen actief te betrekken bij echte vraagstukken en hen verantwoordelijkheid te geven in het leerproces. In plaats van alleen theorie over duurzaamheid aan te bieden, laat de docent leerlingen onderzoeken, afwegen en daadwerkelijk handelen. Wat gebeurde er? Leerlingen kregen bijvoorbeeld de opdracht om de afvalstromen binnen de school te analyseren. Ze onderzochten hoeveel afval er werd geproduceerd, welke materialen recyclebaar waren en waar verspilling plaatsvond. Vervolgens bedachten zij concrete verbeteracties, zoals betere afvalscheiding of een bewustwordingscampagne. De docent begeleidde dit proces met gerichte vragen, reflectiemomenten en gesprekken over belangen en consequenties. Het effect was dat leerlingen inzicht kregen in de impact van hun eigen gedrag én dat zij ervaarden dat hun acties verschil maakten. Waar zag je dit terug? Dit kwam bijvoorbeeld naar voren binnen vakken als biologie, aardrijkskunde of economie, maar ook in projectonderwijs of burgerschapslessen. In praktijkgerichte opleidingen kon dit plaatsvinden op een leerbedrijf, waar studenten moesten kiezen tussen goedkopere, minder duurzame opties en duurzamere alternatieven. Met wie deed de docent dit samen? De docent werkte samen met collega’s om het thema vakoverstijgend aan te pakken en betrok externe partners, zoals een lokale ondernemer of de gemeente, om realistische situaties te creëren. Leerlingen werkten in teams, waardoor zij verschillende perspectieven leerden meenemen in hun besluitvorming. Door deze aanpak ontwikkelen leerlingen niet alleen kennis over duurzaamheid, maar ook vaardigheden zoals kritisch denken, samenwerken en moreel oordelen. Zo leren zij onderbouwde, bewuste keuzes te maken en daadwerkelijk duurzame actie te ondernemen.
5. Met wie werkt de docent buiten de school samen?
- Buurtbewoners - Ouders van leerlingen - Gemeenten - Provincie - Natuur en Duurzaamheids-Educatiecentra - Waterschappen - Lokale bedrijven
De docent werkt samen met verschillende partijen om duurzaam onderwijs krachtig en betekenisvol vorm te geven. Allereerst werkt de docent samen met collega-docenten. Bijvoorbeeld door een vakoverstijgend project op te zetten waarin biologie, economie en burgerschap samenkomen rond het thema circulaire economie. Wat gebeurde er? Leerlingen onderzochten zowel de ecologische impact (biologie), de kosten en baten (economie) als de maatschappelijke verantwoordelijkheid (burgerschap). Het effect was dat leerlingen duurzaamheid vanuit meerdere perspectieven leerden bekijken en verbanden leerden leggen tussen vakgebieden. Daarnaast werkt de docent samen met externe partners, zoals lokale ondernemers, gemeenten of maatschappelijke organisaties. Bijvoorbeeld door een klas te laten werken aan een duurzaamheidsvraagstuk van een plaatselijk bedrijf. Leerlingen voerden gesprekken met de ondernemer, verzamelden praktijkgegevens en presenteerden hun adviezen. Dit zag je terug in projectonderwijs of binnen praktijkvakken. Het effect was dat leerlingen ervaarden dat hun werk ertoe deed en dat hun voorstellen daadwerkelijk invloed konden hebben. Ook werkt de docent samen met de leerlingen zelf, door hen mede-eigenaar te maken van het leerproces. In groepsopdrachten nemen leerlingen verschillende rollen op zich, voeren zij onderzoek uit en reflecteren zij gezamenlijk op keuzes en dilemma’s. Dit stimuleert betrokkenheid en verantwoordelijkheid. Ten slotte kan de docent samenwerken met de schoolleiding of facilitaire dienst, bijvoorbeeld bij het verduurzamen van de school (zoals energiebesparing of afvalscheiding). Leerlingen denken en beslissen mee over concrete verbeteringen. Het effect hiervan is dat duurzaamheid zichtbaar en tastbaar wordt binnen de schoolomgeving. Door deze samenwerkingen ontstaat een leeromgeving waarin onderwijs en praktijk verbonden zijn en waarin leerlingen actief bijdragen aan duurzame verandering.
6. Vertel waarom je deze docent waardeert en hoe deze docent jou inspireert in het verduurzamen van het onderwijs.
Ik waardeer deze docent omdat hij/zij duurzaamheid niet ziet als een apart thema, maar als een manier van denken en werken die door het hele onderwijs verweven is. In plaats van alleen kennis over duurzame ontwikkeling over te dragen, laat de docent zien hoe je dit concreet kunt toepassen in lessen, projecten en samenwerking met de praktijk. Dat maakt het onderwijs betekenisvol en actueel. Wat mij vooral inspireert, is dat de docent leerlingen serieus neemt als mede-ontwerpers van oplossingen. Leerlingen krijgen verantwoordelijkheid, mogen kritisch nadenken en ervaren dat hun ideeën ertoe doen. Dit zorgt voor eigenaarschap en betrokkenheid. Het effect daarvan is zichtbaar in hun motivatie: zij werken niet alleen voor een cijfer, maar aan een vraagstuk dat impact heeft op hun omgeving. Daarnaast inspireert de docent mij door de manier waarop hij/zij samenwerkt met collega’s en externe partners. Door vakoverstijgend te werken en de verbinding te zoeken met bedrijven of maatschappelijke organisaties, ontstaat rijker onderwijs. Dit laat zien dat verduurzamen geen individuele opdracht is, maar een gezamenlijke beweging. Deze docent motiveert mij om zelf ook bewuster na te denken over mijn rol in het onderwijs: hoe kan ik ruimte maken voor echte vraagstukken, voor dialoog en voor actie? Het laat zien dat verduurzaming begint bij kleine, concrete stappen in de klas, maar uiteindelijk bijdraagt aan grotere verandering.

